Zoek je vooral de korte uitleg? Begin dan bij Verwarmen en comfort.
Wil je comfort of langer doorverwarmen instellen? Zie Power House comfortregeling in de web-app.
Wat is Power House in gewone taal?
Power House stuurt niet eerst op een vaste aanvoertemperatuur, maar op de warmtevraag van het huis.
De gedachte is simpel:
bij zacht weer heeft het huis minder warmte nodig;
bij koud weer heeft het huis meer warmte nodig;
als de kamer te koud wordt, vraagt
Power Houseextra warmte;als de kamer te warm wordt, remt
Power Housejuist af.
Daarom voelt deze strategie vaak meer als sturen op comfort dan als sturen op een klassieke stooklijn.
Wanneer kies je dit?
Power House past meestal goed als je:
vooral op kamertemperatuur en comfort wilt sturen;
rustige, langere runs wilt;
wilt dat OpenQuatt zelf slim omgaat met
SingleofDuo;minder wilt denken in "welke aanvoertemperatuur hoort vandaag bij het weer?".
Werk je liever direct met een stooklijn en aanvoertemperatuur, dan past Water Temperature Control vaak beter.
Wat doet het systeem bij te koud, goed of te warm?
Power House berekent de warmtevraag uit de woningbehoefte en een kamercorrectie. De gewenste kamertemperatuur is geen automatische uitknop. In Power House — comfort staan daarom Op temperatuur houden en het optionele Langer doorverwarmen apart herkenbaar bij elkaar.
De vraag blijft in watt behouden tot de keuze van de compressorfrequenties. De elektrische begrenzing kan de vraag verlagen; de performancetabel bepaalt welke toegestane frequentie of Duo-combinatie past.
Volg de effectieve regelvraag via Strategy requested power in W. De stapdiagnostiek Demand raw en Demand filtered is tijdens Power House niet beschikbaar.
Te koud
Onder de normale koude grens vraagt OpenQuatt extra warmte boven op de normale huisvraag. Die grens is het setpoint min Power House comfort below setpoint, in de web-app Afkoeling onder gewenste temperatuur.
Praktisch merk je dan:
de warmtevraag loopt op;
de compressorvraag blijft makkelijker actief;
het systeem probeert de ruimte weer rustig terug richting setpoint te brengen.
Bijna goed
Zonder opgebouwde comfortcorrectie blijft de directe kamercorrectie vlak tussen de koude en warme comfortgrens. Opgebouwde comfort memory kan de extra opwarming langer laten doorwerken, ook boven het setpoint.
Praktisch merk je dan:
geen nerveus op- en afschakelen rond een paar tienden graad;
minder kans op pendelen;
een gelijkmatiger comfortgevoel.
Te warm
Power House remt de warmtevraag boven de warme comfortgrens af. Die grens is het setpoint plus Power House comfort above setpoint, in de web-app Afremmen boven gewenste temperatuur. Hoe verder de kamer erboven komt, hoe groter de aftrek van de warmtevraag. Deze grens is geen compressor-stoptemperatuur of gegarandeerde maximumkamertemperatuur.
Praktisch merk je dan:
minder warmtevraag;
sneller terugnemen als de ruimte wegdrijft;
minder kans dat het systeem te lang blijft doorduwen.
Na nachtverlaging
Met Geleidelijk opwarmen kan Power House tijdelijk een tussendoel voor de kamertemperatuur gebruiken. De thermostaat blijft het einddoel bepalen. De functie staat standaard uit; zie Verwarmen en comfort voor een voorbeeld van 17 naar 20,5 °C.
Na een herstart of firmware-update
Power House wacht maximaal twee minuten vanaf de herstart op geldige inputs voor de warmtevraag, waaronder buitentemperatuur, kamertemperatuur en setpoint. Tijdens het wachten is de warmtevraag onbekend en geeft Power House geen compressor- of ketelhulpvraag door. Ontbrekende inputs worden niet als vorige warmtevraag van 0 W opgeslagen.
De eerste geldige berekening begint daardoor direct bij de actuele woningbehoefte plus kamercorrectie. Daarna gelden de normale opbouw- en afbouwtijd. Blijven inputs na twee minuten ongeldig, dan vraagt Power House veilig 0 W en meldt input_timeout als strategie-status. Zodra de inputs alsnog geldig worden, kan de regeling starten. Inputuitval tijdens een bestaande regeling houdt het normale veilige stop- en herstelgedrag.
De compressorbeveiligingen blijven actief. Een firmware-update kan de ODU daarom nog steeds stoppen; de verplichte bevestiging van stilstand en minimale stilstandtijd blijven gelden.
Waar kijkt Power House vooral naar?
De kern bestaat uit vijf onderdelen.
1. Het huismodel
OpenQuatt schat eerst hoeveel warmte het huis ongeveer nodig heeft op basis van buitentemperatuur.
Belangrijke instellingen:
House cold tempMaximum heating outdoor temperatureRated maximum house power
Samen bepalen die hoe "zwaar" jouw woning aanvoelt voor de regeling.
Het Nominaal woningvermogen is een referentie, geen begrenzing. Bij een koude referentie van −10 °C, een verwarmingsgrens van 16 °C en 7020 W nominale vraag wordt de woningvraag bij −15 °C 8370 W. Kamercorrectie, opbouw-/afbouwtijd en de beschikbare capaciteit en veiligheidsgrenzen blijven van toepassing.
2. Kamercorrectie
Daarna kijkt Power House of de kamer te koud, ongeveer goed of te warm is.
Belangrijke instellingen:
Power House comfort below setpointPower House comfort above setpointPower House temperature reaction
Dit deel bepaalt vooral hoe fel of juist rustig de regeling op kamerafwijking reageert.
Afkoeling onder gewenste temperatuur staat direct in de gewone bediening. Afremmen boven gewenste temperatuur staat ernaast. Temperatuurreactie en het responsprofiel staan onder Geavanceerd: afstelling van de regeling. De firmware-entiteiten en opgeslagen waarden blijven hetzelfde.
Directe correctie en herstel van eerdere achterstand
Zonder opgebouwde herstelcorrectie geldt:
koude grens = setpoint − comfort below
kamer onder koude grens: correctie = (koude grens − kamer) × temperatuurreactie
warme grens = setpoint + comfort above
kamer tussen koude grens en warme grens: directe correctie = 0 W
kamer boven warme grens: correctie = (warme grens − kamer) × temperatuurreactie
Die correctie komt boven op de woningbehoefte. Daarna volgen vermogensbegrenzing, opbouw-/afbouwvertraging, waterbegrenzing en de keuze van een geschikte warmtepompcombinatie.
Bij aanhoudend te koud zijn bouwt de regeling een kleine herstelcorrectie (comfort memory) op. Die verschuift intern de koude correctiegrens omhoog; de ingestelde gewenste temperatuur verandert niet. De eerdere achterstand kan daardoor nog extra opwarming geven als de kamer inmiddels dichter bij het setpoint zit.
Comfort above heeft meerdere effecten. Met onder- en bovenmarge begrensd op 0–2 °C is de maximale interne verschuiving clamp(0,05 + 0,50 × comfort above, 0,08, 0,20) °C. De opbouw hangt af van de achterstand en duurt bij constante achterstand ongeveer 24–90 minuten tot dit maximum. Afbouw begint boven het midden van setpoint − comfort below en setpoint + comfort above: op een tempo van het maximum per 40 minuten, of per 12 minuten boven de laatste grens. Een grotere bovenmarge geeft dus niet onbeperkt meer herstelcorrectie en is geen toegestane temperatuuroverschrijding.
De directe berekening gebruikt min(setpoint + memory − comfort below, warme grens) als koude correctiegrens. Op of boven de warme grens is geen positieve kamercorrectie mogelijk; erboven wordt warmte teruggenomen. De gewenste temperatuur blijft ongewijzigd. Bij ondermarge 0,1 °C en opgebouwde verschuiving 0,2 °C kan bij 21,05 °C en setpoint 21,0 °C dus nog positieve correctie bestaan. Bij ondermarge 0,2 °C en hetzelfde maximum is dat boven het setpoint niet mogelijk.
Kamerherstel tot de gewenste temperatuur
Na een bevestigde start doordat de kamer onder de koude grens zit, ondersteunt Power House de herstelrun met het laagste geschikte warmtepompvermogen tot de gemeten kamertemperatuur het setpoint bereikt. Bij een setpoint van 20,0 °C en ondermarge 0,1 °C kan de startvraag vanaf 19,9 °C ontstaan; de minimumondersteuning blijft vervolgens ook bij 19,96 °C actief tot 20,0 °C.
Daarna neemt de gewone vermogensregeling het over. Het setpoint bereiken is geen harde stop: bij voldoende warmtevraag kan de warmtepomp blijven draaien. Dit kamerherstel werkt ook met Langer doorverwarmen uit. Die aparte optie ondersteunt lage warmtevraag tot een hogere stoptemperatuur. Waterbegrenzing en veiligheidsvoorwaarden blijven leidend; een setpointverlaging, ingetrokken warmtetoestemming of ongeldige kamerdata kan het herstel eerder beëindigen.
Rekenvoorbeeld van warmtevraag
Illustratief: setpoint 21,0 °C, ondermarge 0,2 °C, bovenmarge 0,3 °C, woningbehoefte 2.400 W, temperatuurreactie 3.000 W/K. De tabel toont de berekening vóór verdere vertraging en begrenzing, niet het onmiddellijk geleverde vermogen.
| Kamer en voorgeschiedenis | Directe correctie | Vraag vóór verdere begrenzing |
|---|---|---|
| 21,0 °C, geen herstelcorrectie | 0 W | 2.400 W: het setpoint bereiken betekent niet automatisch stoppen |
| 20,9 °C, geen herstelcorrectie | 0 W | 2.400 W: nog boven de koude grens |
| 20,7 °C, geen herstelcorrectie | +300 W | 2.700 W: 0,1 °C onder de koude grens |
| 20,9 °C, aangenomen herstelcorrectie 0,15 °C | +150 W | 2.550 W: extra opwarming werkt nog door |
| 21,3 °C, geen herstelcorrectie | 0 W | 2.400 W: de warme grens is bereikt, maar nog niet overschreden |
| 21,6 °C, geen herstelcorrectie | −900 W | 1.500 W: warmte wordt teruggenomen |
Dezelfde actuele kamertemperatuur kan dus een andere vraag geven na een eerdere achterstand. Bij een aangenomen laagste geschikt vermogen van 1.700 W mag langer doorverwarmen bij een stopmarge van 0,7 °C een lopende run in de laatste rij tot 1.700 W ondersteunen. Er bestaat geen vaste temperatuurgrens waar dat minimumvermogen begint.
Wijziging van de bovenmarge
De warme correctiegrens ligt op setpoint + comfort above. Een positieve bovenmarge stelt het begin van de directe negatieve kamercorrectie dus uit, ook als langer doorverwarmen uitstaat. Comfort memory en langer doorverwarmen hebben daarnaast hun eigen voorwaarden; de bovenmarge is geen garantie voor een bepaalde overschrijding.
3. Reactiesnelheid
De berekende warmtevraag wordt niet abrupt doorgezet. OpenQuatt bouwt vraag bewust op en af.
Belangrijke instellingen:
Power House response profilePower House demand rise timePower House demand fall time
Korter betekent sneller reageren. Langer betekent rustiger gedrag.
4. Begrenzing op water
Ook in Power House blijft de aanvoertemperatuur een veiligheid en rem.
Belangrijke instelling:
Maximum water temperature
Als de aanvoer al hoog zit, neemt OpenQuatt de warmtevraag terug.
5. Verdeling naar compressor(en)
Pas daarna vertaalt OpenQuatt de warmtevraag naar compressorlevels.
Dat is belangrijk, want vreemd gedrag komt niet altijd uit het huismodel zelf. Soms zit het juist in:
verkeerde bronkeuze;
begrenzing op water;
of de verdeling over één of twee warmtepompen.
Warmtetoestemming: meestal Niet gebruiken
Heating Enable Source = Niet gebruiken betekent: geen externe warmtetoestemming; de actieve verwarmingsstrategie mag zelf warmtevraag opbouwen. Dit is voor Power House meestal de juiste keuze.
Power House berekent zelf continu hoeveel warmte de woning nodig heeft uit buitentemperatuur, kamertemperatuur, setpoint en huismodel. Een externe Heating Enable als harde gate (bijvoorbeeld OT thermostat CH-enable) zet daar een tweede regelaar achter: eerst bepaalt Power House de vraag, daarna kan de thermostaat die vraag hard aan/uit zetten. Dat verstoort het rustige/modulerende karakter en geeft extra stop/start.
Gebruik een externe warmtetoestemming bij Power House alleen bewust, bijvoorbeeld als een zone-regeling als harde toestemming dient wanneer geen enkele zone openstaat.
Tijdens Quick Start zet een strategieswitch naar Power House daarom automatisch Heating Enable Source = Niet gebruiken; een bestaande keuze wordt in die onboardingstap bewust vervangen. Buiten Quick Start wordt de instelling niet stil overschreven. In Instellingen → Verwarmen en Instellingen → Bronnen / integraties → Sensorselectie zie je dan alleen een advies wanneer de huidige keuze afwijkt, met een knop om het advies over te nemen. Afwijkende combinaties blijven geldig.
Voor de volledige matrix per strategie zie Instellingen en meetwaarden.
Externe warmtevraag (optioneel)
Standaard rekent Power House zelf uit hoeveel vermogen het huis nodig heeft, uit de buitentemperatuur en het huismodel. Heb je een eigen voorspelling die verder kijkt dan dat — bijvoorbeeld een model dat zonnewinst, wind of bewoningspatroon meeneemt — dan kun je die vraag rechtstreeks aan Power House doorgeven.
Zet daarvoor External Heat Demand Source op HA input of API input en lever een waarde in watt. Staat de bron op Disabled, dan verandert er niets aan het gedrag dat je nu kent.
Voor HA input luistert OpenQuatt naar twee vaste entiteiten in Home Assistant:
sensor.openquatt_ext_heat_demand— de gevraagde warmte in watt;binary_sensor.openquatt_ext_heat_demand_valid— moetonstaan, anders negeert OpenQuatt de waarde en valt hij terug op het huismodel.
Het eenvoudigst maak je die aan met het package dynamic-sources.yaml: vul daar de helper input_text.openquatt_source_heat_demand met de entiteit van je eigen voorspelling, dan publiceert het package beide entiteiten voor je. Je kunt ze ook zelf aanmaken. Dat package levert ook een centrale heartbeat (sensor.openquatt_ha_ingress_heartbeat): zolang die binnenkomt, blijft een constante warmtevraag gewoon bruikbaar; blijft hij 15 minuten uit, dan wordt de waarde ongeldig.
Die tweede entiteit is jouw eigen geldigheidsschakelaar: zet hem off zodra je voorspelling verouderd of onbetrouwbaar is. De namen liggen vast in de firmware en zijn alleen in een eigen build aan te passen, via de substituties ha_external_heat_demand_entity_id en ha_external_heat_demand_valid_entity_id.
Voor API input stuur je de waarde naar een lokaal endpoint; zie API inputbronnen. Die weg heeft geen aparte geldigheidsentiteit maar een eigen vervaltijd van 15 minuten.
Wat die externe waarde wel en niet doet:
Hij vervangt alleen de vermogensschatting uit het huismodel.
De kamercorrectie, de begrenzing op
Rated maximum house power, de reactiesnelheid, de waterbegrenzing en de vorstbeveiliging blijven van OpenQuatt zelf.Valt de bron weg, wordt hij te oud of stuurt hij een onbruikbare waarde, dan gaat
Power Houseterug naar het eigen huismodel. Niet naar nul.
Reken de kamercorrectie niet als begrenzing. Komt de kamer boven setpoint + comfort above, dan trekt hij Power House temperature reaction watt per graad van de vraag af — met de standaardinstellingen 3000 W per graad. Van een externe vraag van 7020 W blijft bij een halve graad boven die warme grens dus nog 5520 W over, en pas rond 2,3 graden boven die grens valt de vraag helemaal weg. Een te hoge externe vraag wordt gedempt, maar kan de kamer wel degelijk warmer maken dan gevraagd.
Wil je warmte in de tijd verschuiven, bijvoorbeeld voorverwarmen bij veel zon, dan is het kamer-setpoint daarvoor de juiste knop en niet de warmtevraag.
Kijk bij twijfel naar Power House – demand source. Die staat op external zolang de externe vraag echt gebruikt wordt, en op model zodra Power House op het eigen huismodel terugvalt.
Welke instellingen zijn voor de meeste gebruikers het belangrijkst?
Als je Power House wilt afstellen, begin dan bijna altijd hier:
Rated maximum house powerHouse cold tempMaximum heating outdoor temperatureAfkoeling onder gewenste temperatuur (
Power House comfort below setpoint)Afremmen boven gewenste temperatuur (
Power House comfort above setpoint)Eventueel Langer doorverwarmen, met stopmarge en afkoeling
Daarna eventueel:
Geavanceerd:
Power House temperature reactionen het reactieprofiel met opbouw-/afbouwtijdMaximum water temperature
Verander liever niet meerdere van deze groepen tegelijk.
Wat merk je bij Single en Duo?
Single
Bij Single is het gedrag het makkelijkst te begrijpen:
OpenQuatt berekent warmtevraag;
vertaalt die naar een compressorlevel;
en houdt daarna rekening met minimum looptijd en rustiger laaglastgedrag.
Duo
Bij Duo kiest OpenQuatt niet automatisch altijd voor één warmtepomp of altijd voor twee.
In gewone taal:
OpenQuatt kijkt welke combinaties logisch en toegestaan zijn;
vergelijkt welke combinatie de vraag goed dekt;
en probeert onnodig wisselen tussen
SingleenDuote vermijden.
Voor de meeste gebruikers is vooral dit belangrijk:
Duohoeft dus niet altijd "meer vermogen" te betekenen;twee warmtepompen tegelijk zijn niet per definitie beter;
het systeem probeert een praktische en zuinige keuze te maken.
Vermogensvoorspelling bij de levelkeuze
Bij beschikbare inlaattemperatuur en flow berekent OpenQuatt het vermogen voor ieder kandidaatpaar met de waterketen HP1 → HP2: de voorspelde uitlaat van HP1 wordt de inlaat van HP2. Dit geldt ook voor Water Temperature Control. Bij ontbrekende watermetingen gebruikt de regeling de eigen verse uitlaattemperatuur van een draaiende ODU, met de bestaande temperatuurreferentie als terugval. Stilstaande ODU's en defrost behouden die bestaande referentie. Alle frequentiegrenzen, stroomlimieten en wachttijden blijven actief; 90 Hz inclusief blijft toegestaan.
De V1/V1.5-kaart van Quatt begint bij 35 °C water. Bij lagere watertemperaturen, zoals bij vloerverwarming, schatte de kaart het stroomverbruik daardoor 10-30 % te hoog. De kaart heeft daarom twee extra punten bij 25 en 30 °C, bepaald op meetdata van 54 V1/V1.5-installaties. Alleen de COP verandert; het thermisch vermogen en alles vanaf 35 °C blijven de waarden van Quatt. De meetdata loopt tot ongeveer 2 °C buiten; bij vorst zijn de nieuwe punten een schatting. Een lagere watertemperatuur geeft nooit een lagere COP dan het punt erboven.
Langer doorverwarmen (optioneel)
Power House berekent continu hoeveel warmte je woning nodig heeft. Langer doorverwarmen bepaalt alleen hoe een bestaande verwarmingsrun bij heel weinig vraag mag doorgaan en daarna opnieuw mag beginnen. De functie staat standaard uit.
Wat gebeurt er wanneer je het aanzet?
De warmtepomp moet eerst vanwege de normale warmtevraag gaan verwarmen. Inschakelen start een stilstaande warmtepomp niet zelfstandig.
Als de woning minder warmte nodig heeft dan het laagste geschikte warmtepompvermogen, mag de run op dat minimumvermogen doorgaan. Dat mag ook wanneer de normale vraag tijdelijk nul is.
Bij Stopgrens boven gewenste temperatuur wordt een comfortstop aangevraagd. Dit geldt in de geactiveerde cyclus ook als de gewone vraag nog boven het minimumvermogen ligt. De minimumlooptijd kan de daadwerkelijke stop uitstellen. Restwarmte kan de kamer daarna nog verder opwarmen; dit is geen gegarandeerde maximumtemperatuur.
Daarna wacht de regeling op afkoeling. Afkoeling na stoppen wordt gerekend vanaf de geldende stopgrens, niet vanaf een eventuele hogere temperatuurpiek door restwarmte.
Herstart gebeurt alleen als Power House opnieuw warmte vraagt. Wachttijden en beveiligingen kunnen de daadwerkelijke start uitstellen.
De laagste geschikte stand kan veranderen met de bedrijfsomstandigheden. OpenQuatt gebruikt voor V2 old en V2 new dezelfde ruimere V2-new-kaart, omdat beide uitvoeringen dezelfde hardware hebben. Daardoor blijft F1 (20 Hz) ook boven 14 °C buiten beschikbaar bij een wateruitlaat onder 49 °C. Vanaf 49 °C wateruitlaat en bij sommige koude bedrijfsomstandigheden begint het bedrijfsgebied bij 30 Hz. Een gebruikersuitsluiting van lage frequenties kan de minimumstand eveneens verhogen. Doorverwarmen op minimumvermogen betekent dus niet altijd F1. De vermogensbalans noemt het verschil tussen huisvraag en totale aanvraag Vermogensbijsturing, omdat daar ook opwarmen en langer doorverwarmen in kunnen zitten.
De modelversie is oq-v2-heating-r2. De voorspeltabel bevat de twintig V2-new-frequenties tot 110 Hz; de bestaande automatische frequentielimiet van 90 Hz blijft gelden. De oude F1–F10-referentieas blijft behouden en het vermogen wordt berekend met de werkelijke frequentie uit de unit. De kaart past de modelgrenzen voor vermogen en COP toe na temperatuurinterpolatie en vóór interpolatie naar een afwijkende frequentie.
Is de laagste geschikte stand hoger dan F1 en ligt de huisvraag onder dat minimumvermogen, dan vraagt langer doorverwarmen al bij de gewenste kamertemperatuur een stop aan. De extra stopmarge wordt dan niet op die hogere stand gevuld. Onder het setpoint kan de warmtepomp nog op de hogere minimumstand verwarmen; een huisvraag vanaf het minimumvermogen blijft de gewone stopgrens gebruiken. De minimumlooptijd en beveiligingen blijven gelden.
Na zo'n eerdere stop wordt de afkoeling vanaf het setpoint gerekend, begrensd door Afkoeling onder gewenste temperatuur. Deze eerdere grens blijft tijdens uitlopen en wachten behouden, ook als F1 weer beschikbaar wordt of de vermogensvoorspelling tijdelijk ontbreekt. De web-app toont de actuele eerdere grens zodra de firmware die meldt; tijdens bewerken blijven de ingestelde grenzen als voorvertoning zichtbaar.
De instellingen
| In de web-app | Home Assistant / firmware | Bereik en standaard |
|---|---|---|
| Langer doorverwarmen | Power House run extension | Aan/uit; standaard uit |
| Stopgrens boven gewenste temperatuur | Power House run extension stop margin | 0,1–1,0 °C boven setpoint; standaard 0,5 °C |
| Afkoeling na stoppen | Power House run extension restart cooldown | 0,1–3,0 °C onder de comfortstop; standaard 0,2 °C |
De getalinstellingen hebben stappen van 0,1 °C en blijven na herstart behouden. In Home Assistant zijn deze extension-entities standaard uitgeschakeld; je kunt ze daar zelf inschakelen. De web-app toont stop- en herstarttemperatuur berekend met de getoonde instellingen. Tijdens bewerken is dat een voorvertoning van je wijziging.
stopgrens = setpoint + stopmarge
bij huisvraag onder minimumvermogen en minimumstand hoger dan F1: stopgrens = setpoint
normale koude grens = setpoint − comfort below
herstartgrens = max(stopgrens − afkoeling, normale koude grens)
Een hogere stopmarge kan bij gelijke afkoeling ook de herstartgrens verhogen. Een grotere afkoeling verlaagt de herstartgrens tot de normale koude grens; daarna heeft verder verhogen geen effect op die grens. Een grotere ondermarge verlaagt de normale koude grens en kan daardoor ook verder afkoelen na een comfortstop mogelijk maken.
Voorbeelden: vroeg herstarten of langer afkoelen
Je gewenste temperatuur is 21,0 °C, doorverwarmen staat op +0,7 °C en je normale comfortmarge onder setpoint is 0,2 °C. De comfortstop ligt dan op 21,7 °C en de normale koude comfortgrens op 20,8 °C.
| Afkoeling na stoppen | Opnieuw verwarmen mogelijk bij | Betekenis |
|---|---|---|
| 0,2 °C | 21,5 °C | Vroege herstart, nog boven je gewenste temperatuur |
| 0,7 °C | 21,0 °C | Afkoelen tot je gewenste temperatuur |
| 0,9 °C | 20,8 °C | Afkoelen tot je normale koude comfortgrens |
| 1,2 °C | 20,8 °C | Begrensd: de berekende 20,5 °C ligt onder je normale koude comfortgrens |
De normale koude comfortgrens blijft leidend. Langer doorverwarmen mag normale warmtevraag niet voorbij die grens tegenhouden. Wil je bewust verder laten afkoelen, dan hoort die keuze bij Power House comfort below setpoint. Een grotere marge onder setpoint laat meer afkoeling toe. Beveiligingen blijven ook dan gelden; de grens garandeert niet dat de kamer nooit kouder wordt.
De web-app toont de werkelijke begrensde herstarttemperatuur en legt uit wanneer de koude comfortgrens ingrijpt. Voor de standaard stopmarge +0,5 °C en afkoeling 0,2 °C blijft warme herstart mogelijk vanaf setpoint +0,3 °C, zoals voorheen. Bij een kleine stopmarge en kleine comfortmarge kan de nieuwe koude comfortgrens eerder vrijgave geven dan de oude vaste 0,2 °C-afstand.
Bij een piek van 22,0 °C door restwarmte blijft de herstartgrens met stopgrens 21,7 °C en afkoeling 0,7 °C dus 21,0 °C. In het vermogensvoorbeeld hierboven is de gewone vraag bij 21,5 °C slechts 900 W, zodat herstart tot het minimumvermogen kan worden ondersteund. Bij 21,0 °C is de vraag 2.400 W; die hogere vraag mag worden gevolgd. Herstart betekent niet automatisch draaien op minimumvermogen. Een run hoeft bovendien niet altijd tot de stopgrens op te warmen.
Comfortband en doorverwarmen zijn verschillende dingen
De historische namen Comfort below/above beschrijven geen symmetrische aan/uit-band. Comfort below beïnvloedt de normale koude grens, kamercorrectie en room intent; Comfort above bepaalt de warme correctiegrens en beïnvloedt ook de automatische herstelcorrectie en afbouw daarvan. De eerste staat in de web-app als Afkoeling onder gewenste temperatuur, de tweede als Afremmen boven gewenste temperatuur ernaast. Zonder opgebouwde herstelcorrectie begint warme tegensturing boven het setpoint plus de bovenmarge; herstelcorrectie kan extra opwarming laten doorwerken tot binnen de comfortband, maar nooit boven de warme grens.
De stopmarge en herstartafstand horen bij het aparte doorverwarmen-mechanisme. Kleine afkoeling kan passen als je vroeg wilt herstarten; grotere afkoeling geeft opgeslagen warmte meer tijd om af te geven. Er zijn geen aparte regelmodi voor radiatoren, LT-radiatoren en vloerverwarming. Er is geen garantie op lager elektriciteitsverbruik.
Status, uitschakelen en herstart van de controller
De actuele status laat zien of de regeling Normaal verwarmt, Doorverwarmt op minimumvermogen, een Stop heeft aangevraagd, Wacht op afkoeling of een Herstart heeft aangevraagd. De firmwarewaarden blijven normal, extending, comfort_stop, wait_warm_restart en warm_restart. Herstart aangevraagd betekent dat herstart is vrijgegeven, niet dat de compressor al draait. De berekende grenzen in het instellingenblok zijn geen bewijs dat een bestaande aanvraag is ingetrokken.
Uitschakelen van langer doorverwarmen schakelt de gewone verwarming niet uit: de normale Power House-vraag kan een run laten doorgaan of later opnieuw starten. Verander je de herstartafstand tijdens wachten, dan geldt de nieuwe grens bij de volgende regeltick. Een al vrijgegeven warme herstart houdt zijn bestaande intent vast; vraaguitval, setpointverlaging en beveiligingen blijven die kunnen beëindigen.
Een verlaging van de gewenste temperatuur kan ook bij een stilstaande warmtepomp de gewone warmtevraag blokkeren tot de nieuwe herstartgrens is bereikt. Een nog niet verwerkte verlaging blijft na tijdelijk ontbrekende inputs gelden; een verlaging die tijdens uitgeschakeld doorverwarmen al is waargenomen, wordt na inschakelen niet opnieuw toegepast.
Na reboot of firmware-update blijven de instellingen behouden, maar de historische doorverwarmen-cyclus wordt gewist. Er moet eerst weer een echte verwarmingsrun zijn voordat extension een warme herstart mag vrijgeven. De normale comfortregeling kan ondertussen gewoon warmte vragen.
Alle bestaande beveiligingen blijven leidend: waterbegrenzing, stroomlimieten, minimum aan/uit-tijden, defrost en olieretour. De extra minimumvermogenvraag telt niet mee als woningtekort voor ketelbijschakeling.
Wat hoef je meestal niet aan te raken?
Voor de meeste gebruikers zijn dit geen eerste afstelknoppen:
interne optimizer-details rond
Duo;laaglastdrempels die vooral bij technische diagnose helpen;
compile-time constanten in de firmware;
details rond runtime lead, ownerwissels en defrostgedrag.
Die informatie is nuttig bij echte analyse, maar zelden de eerste oplossing voor comfortklachten.
Handige meetwaarden om naar te kijken
Als Power House niet logisch lijkt te reageren, kijk dan eerst naar:
Outside Temperature (Selected)Room Temperature (Selected)Room Setpoint (Selected)Water Supply Temp (Selected)de actieve
Heating Control ModePower House – demand sourceenExternal Heat Demand (Selected)als je een externe warmtevraag gebruikt
Controleer daarna pas of de afstelling zelf te scherp of te slap is.
Veilige volgorde van afstellen
Controleer eerst of de gekozen bronnen kloppen.
Kijk of het huismodel logisch voelt bij zacht en koud weer.
Pas daarna de kamercorrectie aan.
Maak pas als laatste het gedrag sneller of trager.
Verander steeds maar één groep tegelijk en kijk minstens een tijdje naar het effect.
Veelvoorkomende misverstanden
Power Houseis geen gewone kamerthermostaat met een simpele PID.Meer reactie is niet automatisch beter; dat kan ook onrust geven.
Rise timeenfall timezijn niet de echte opwarmtijd van het huis, maar de reactiesnelheid van de regeling.Duokiest niet blind altijd voor twee warmtepompen.