Naslag

Instellingen en meetwaarden

Deze pagina is bedoeld als praktische naslag. Niet om alles tegelijk te tunen, maar om sneller te zien welke instellingen en meetwaarden er echt toe doen.

Begin met dit onderscheid

OpenQuatt heeft grofweg twee soorten instellingen:

Runtime-instellingen

Dit zijn de instellingen die je tijdens normaal gebruik kunt aanpassen via Home Assistant of de webinterface.

Hier begin je bijna altijd mee als je iets wilt afstellen.

Compile-time instellingen

Dit zijn firmware-instellingen die pas veranderen na opnieuw compileren en flashen.

Hier kom je meestal pas aan als:

  • je hardware anders is;

  • je een ontwikkelaar bent;

  • of een runtime-instelling het probleem duidelijk niet kan oplossen.

Voor gewone gebruikers geldt dus meestal: eerst runtime, bijna nooit compile-time.

Firmware-updates

Na een herstart wacht OpenQuatt met de eerste automatische firmwarecontrole tot de netwerkverbinding vijf minuten stabiel is en er geen OTA-update actief is. Daarna controleert de firmware iedere vier uur opnieuw. Dit uitstel is normaal opstartgedrag en geen teken dat de updatefunctie niet werkt.

Check Firmware Updates voert wel direct een controle uit. Een echte runtimewijziging van het firmwarekanaal of updatedoel controleert eveneens direct; alleen de tijdens het opstarten herstelde keuze volgt de wachttijd.

Voor flowdiagnose zijn er wel twee compile-time constanten die je soms in discussies of issues terugziet:

  • oq_flow_mismatch_threshold_lph

  • oq_flow_mismatch_hyst_lph

Die bepalen wanneer OpenQuatt een flowafwijking serieus genoeg vindt. Voor normale gebruikers zijn dit zelden de eerste knoppen om aan te raken.

Welke runtime-instellingen zijn het belangrijkst?

1. Basisbediening en begrenzing

Deze groep bepaalt hoeveel ruimte OpenQuatt krijgt:

  • OpenQuatt Enabled

  • Manual Cooling Enable

  • Cooling Enable Source

  • Silent Mode Override

  • Day max frequency

  • Silent max frequency

  • Electrical current limit

  • Silent start time

  • Silent end time

  • CM Override

Gebruik deze groep vooral om gedrag te begrenzen of te verklaren, niet om fijn te tunen.

Electrical current limit begrenst als Maximale gezamenlijke netstroom het gezamenlijke elektrische ingangsvermogen van de buitenunits. Standaard blijft de bestaande grens actief: 16 A voor Single en voor Duo V1/V1.5, 20 A voor Duo V2. Een hogere waarde is alleen mogelijk tot de absolute OpenQuatt-bovengrens, afgeleid van de gepubliceerde maximale stroom per buitenunit (2 × 10 A voor V1/V1.5, dus 20 A; 2 × 13 A voor V2, dus 26 A), en alleen wanneer beide buitenunits betrouwbaar als die familie zijn gedetecteerd. De officiële Quatt Duo-specificatie (16 A respectievelijk 20 A) blijft de standaard; gebruik daarboven vereist een daarvoor geschikte volledige elektrische installatie. Zonder bevestigde detectie blijft de installatieafhankelijke standaard (16 of 20 A) het plafond. Een hogere waarde toont direct een waarschuwing en vraagt een expliciete bevestiging. Standaardwaarde herstellen zet de actuele standaardwaarde opnieuw in. Power House gebruikt de grens voorspellend én via gemeten feedback; stooklijn en koelen alleen via gemeten feedback. Het is een softwarematige regelgrens en geen vervanging voor zekeringen, aardlekbeveiliging of load balancing; korte overschrijdingen door meetvertraging zijn niet volledig uit te sluiten.

2. Verwarmingsstrategie

Deze groep bepaalt hoe OpenQuatt verwarmingsvraag opbouwt.

Belangrijke keuze:

  • Heating Control Mode

Daarna hangt het ervan af welke strategie je gebruikt.

Voor Power House zijn vooral belangrijk:

  • House cold temp

  • Rated maximum house power

  • Maximum heating outdoor temperature

  • Power House temperature reaction

  • Power House comfort below setpoint

  • Power House comfort above setpoint

  • Power House demand rise time

  • Power House demand fall time

Voor Water Temperature Control zijn vooral belangrijk:

  • Curve Tsupply @ -20/-10/0/5/10/15°C

  • Curve Fallback Tsupply (No Outside Temp)

  • Heating Curve PID Kp/Ki/Kd

Voor beide strategieën blijft belangrijk:

  • Maximum water temperature

Voor koeling zijn vooral belangrijk:

  • Cooling Enable Source

  • Cooling schedule start time

  • Cooling schedule end time

  • Cooling Minimum Supply Temp

  • Cooling Demand Max

  • Cooling Restart Mode

  • Cooling Restart Delta

  • Cooling Minimum Off Time

  • Cooling Room Request Required

  • Cooling Request On Delta

  • Cooling Request Off Delta

  • Cooling Safety Margin

Met Cooling Restart Mode kies je tussen herstart op watertemperatuur en herstart na een minimale uit-tijd. In de eerste modus bepaalt Cooling Restart Delta hoeveel de aanvoer na een waterzijdige stop moet opwarmen. In de tweede modus bepaalt Cooling Minimum Off Time hoe lang een werkelijk gestopte koelcyclus uit blijft; bij Duo blokkeert die tijd beide warmtepompen. Los daarvan bewaakt OpenQuatt altijd de vaste minimale uit-tijd per compressor (4 minuten). Een compressor start dus pas wanneer zowel de gekozen koelherstartvoorwaarde als zijn eigen minimale uit-tijd is vrijgegeven. De normale dauwpunt-, flow- en veiligheidsgrenzen blijven in beide modi actief.

Kies Schedule bij Cooling Enable Source om de koeltoestemming lokaal tot een dagelijks venster te beperken. Het begin is inbegrepen en het einde niet ([start,end)). Een begintijd die later is dan de eindtijd loopt over middernacht; gelijke tijden schakelen het venster uit. De standaard is daarom veilig 00:00-00:00.

Het schema is een toestemmingsbron, geen aparte koelstrategie of veiligheidsoverride. Cooling Room Request Required staat standaard aan, zodat binnen het venster ook een geldige kamerkoelvraag nodig blijft. Alleen wanneer je die instelling bewust uitzet, wordt het actieve venster zelf de vraag. Dauwpunt-, minimale aanvoer-, flow- en overige beveiligingen blijven altijd gelden.

De controller beoordeelt het schema met zijn lokale, via SNTP gesynchroniseerde klok. Na een offline herstart is de bron ongeldig en blijft koeltoestemming via Schedule uit totdat de tijd geldig is; na synchronisatie loopt de lokale klok op de controller door. Bij het sluiten van het venster gebruikt OpenQuatt de normale gecontroleerde overgang. Een nog geldige minimale compressortijd kan de compressor kort voorbij de eindtijd laten lopen, tenzij een harde veiligheidsingreep direct stoppen vereist; daarna kan de pomp nog de normale postflow uitvoeren.

Manual Cooling Enable omzeilt de gekozen toestemmingsbron, ook Schedule, maar geen enkele koelbeveiliging en ook OpenQuatt Enabled niet. De stand wordt met RESTORE_DEFAULT_OFF opgeslagen: na een herstart keert een eerder opgeslagen ingeschakelde stand terug; uit is alleen de standaard wanneer nog geen stand is opgeslagen.

3. Duo en looptijdgedrag

Deze groep speelt vooral mee als je twee warmtepompen gebruikt of onrustig compressorgedrag ziet.

Belangrijke instellingen:

  • Minimum runtime

  • Dual HP Enable Level

  • Dual HP Enable Hold

  • Dual HP Disable Hold

Raak deze groep pas aan nadat de strategie zelf logisch voelt.

4. Flow en pomp

Deze groep bepaalt hoe de circulatiepomp wordt aangestuurd.

Het ODU-bit R2121.b13 (DC water pump failure) is uitsluitend technische diagnostiek. Sommige pomp-/ODU-combinaties melden dit bit ook bij normale stilstand; de ODU-generatie identificeert het pomptype niet betrouwbaar. Daarom veroorzaakt dit bit op zichzelf geen storingsmelding, startblokkade, compressorstop, ketelfallback of herstelwachttijd. De bestaande flowbeveiliging en overige beveiligingen blijven gelden.

Belangrijke instellingen:

  • Flow Setpoint

  • Cooling Flow Setpoint

  • Flow Control Mode

  • Manual iPWM

  • Flow PI Kp

  • Flow PI Ki

Flow Setpoint geldt voor verwarmen en normaal automatisch bedrijf. Cooling Flow Setpoint geldt alleen tijdens koelen, zodat koeling een eigen hydraulisch werkpunt kan hebben zonder de verwarmingsflow te veranderen.

CM98 gebruikt een vaste pompregeling van iPWM 800. AUTO start met de laatst bekende goede iPWM voor verwarmen of koelen en valt bij een ongeldige waarde terug op iPWM 440.

Gebruik deze groep voorzichtig. Bij verkeerde bronwaarden of hydraulische problemen maak je hier snel meer ruis dan winst.

5. Bronselectie

Deze groep is vaak belangrijker dan gebruikers denken.

Belangrijke keuzes:

  • Water Supply Source

  • Flow Source

  • Outside Temperature Source

  • Room Temperature Source

  • Room Setpoint Source

  • Heating Enable Source

  • Cooling Enable Source

  • Cooling Dew Point Source

  • External Heat Demand Source

  • Heating Supply Target Source

En indirect alles wat bepaalt waar buiten-, kamer- en waterwaarden vandaan komen.

Strategie-afhankelijke aanbevelingen

De betekenis van dezelfde bron verschilt per verwarmingsstrategie:

InstellingPower HouseWater Temperature Control
KamertemperatuurVereist / sterk aanbevolenAanbevolen (comfortcorrectie)
Kamer-setpointVereist / sterk aanbevolenAanbevolen
BuitentemperatuurVereistVereist (fallback 40 °C)
AanvoertemperatuurNodig voor begrenzingVereist als PID-proceswaarde
FlowVereistVereist
Warmtetoestemming (Heating Enable Source)Meestal Niet gebruikenMeestal externe thermostaat/zonevraag
Externe warmtevraagOptioneel (HA/API)Niet van toepassing
Extern aanvoertargetNiet van toepassingOptioneel (OT/HA/API/MQTT)

Tijdens Quick Start vervangt een strategieswitch de warmtetoestemming automatisch: Heating Enable Source = Niet gebruiken bij Power House (OpenQuatt bepaalt zelf de vraag), of de eerder gekozen, gekoppelde en actieve thermostaatbron bij Water Temperature Control (OT thermostat op Q-edition, anders CIC/HA input). Een uitgeschakelde of niet-geconfigureerde bron wordt niet automatisch als harde gate gekozen. Buiten Quick Start overschrijft de web-app een bestaande keuze niet stil; daar verschijnt alleen een advies met een knop om het over te nemen. Afwijkende combinaties blijven bewust mogelijk (bijv. Power House met zone-gate, stooklijn volledig weersafhankelijk).

Voor Outside Temperature Source is Auto meestal de verstandigste keuze. OpenQuatt kiest dan zelf een geldige bron (normaliter de buitenunit) en blijft minder gevoelig voor een buitenmeting die tijdelijk niet betrouwbaar is.

Kies je expliciet MQTT, houd er dan rekening mee dat de MQTT-buitentemperatuur na een (her)start pas geldig is zodra OpenQuatt een nieuwe live publicatie ontvangt. Tot die tijd kan de regeling naar CM98 (antivriescirculatie) gaan. De wachttijd hangt af van het publicatie-interval van de zender.

Voor Heating Enable Source betekent Niet gebruiken / Disabled: geen externe warmtetoestemming gebruiken; de actieve verwarmingsstrategie mag zelf warmtevraag opbouwen. Dit staat dus niet voor verwarming uitschakelen. Bij Power House is dit meestal gewenst; bij Water Temperature Control met kamerthermostaat is meestal de gekoppelde thermostaatbron gewenst (OT thermostat, CIC of HA input). Zie Power House en Water Temperature Control.

Voor Cooling Dew Point Source is Auto meestal ook de veiligste keuze. OpenQuatt gebruikt dan de hoogste geldige dauwpuntwaarde van Home Assistant, API-invoer en MQTT. Kies Home Assistant, API input of MQTT alleen als je die bron expliciet wilt vereisen.

Voor External Heat Demand Source is Disabled de standaard, en voor de meeste installaties ook de juiste keuze. Kies je HA input of API input, dan neemt een externe voorspelling de vermogensschatting van het huismodel in Power House over. De rest van de regeling blijft ongewijzigd, en bij een wegvallende of verouderde bron valt Power House terug op het eigen huismodel. Zie Power House.

Voor Heating Supply Target Source is Heating curve de standaard, en voor de meeste installaties ook de juiste keuze. Kies je OT thermostat, HA input, API input of MQTT, dan neemt een externe regelaar het aanvoerdoel van de stooklijn over, inclusief kamertrim. Limieten, PID en Duo-dispatch blijven van OpenQuatt, en bij een wegvallende of verouderde bron valt de regeling terug op de eigen stooklijn. Zie Water Temperature Control.

Voor alle live Home Assistant-bronnen (buiten-, water-, kamer- en dauwpunttemperatuur, externe warmtevraag en extern aanvoertarget) bewaakt OpenQuatt één centrale heartbeat: sensor.openquatt_ha_ingress_heartbeat uit het dynamic-sources-pakket, waarvan de state zelf ongeveer elke minuut verandert. Een constante waarde blijft daardoor bruikbaar zolang die heartbeat binnenkomt; blijft hij te lang uit, dan wordt de waarde ongeldig (per bron 10–30 minuten, zie de betreffende strategiepagina's). Zolang deze firmware na een (her)start nog nooit een heartbeat heeft ontvangen — bijvoorbeeld met een ouder pakket of eigen proxy-entiteiten zonder heartbeat — geldt de oude geldigheidscontrole, zodat een update bestaande HA-ingress nooit plotseling afwijst. Kamer-setpoint, Heating Enable en Cooling Enable zijn stateful en verlopen nooit op een constante waarde. Voor diagnose zijn er HA Ingress Age (seconden sinds de laatste heartbeat) en HA Ingress Fresh. Zolang deze boot nog nooit een heartbeat heeft gezien, blijven beide diagnostics unknown: dat betekent legacy-modus, niet automatisch een verbroken HA-verbinding.

De temperatuurkalibratie neemt ook de actieve aanvoertemperatuurbron mee. OpenQuatt bewaart daarvoor vier afzonderlijke offsets: voor de lokale PT1000, lokale DS18B20, CIC-feed en Home Assistant-invoer. Bij een bronwissel activeert OpenQuatt automatisch de eerder opgeslagen correctie voor die bron. De CIC-correctie blijft geldig na een gewijzigde feed-URL; na een andere Home Assistant-entiteit blijft die correctie uitgeschakeld totdat je de HA-invoer opnieuw kalibreert. Een tijdelijke automatische fallback naar de water-uitmeting van de warmtepomp gebruikt geen aanvoercorrectie en wist geen opgeslagen kalibratie.

De instellingenbackup bevat de vier warmtepompoffsets en iedere geldige brongebonden aanvoercorrectie. Voor Home Assistant bewaart de backup ook een anonieme bronfingerprint, zodat een offset niet aan een andere HA-entiteit wordt gekoppeld; de firmware reconstrueert de checksum zelf. Kalibreer opnieuw wanneer de controller of temperatuursensor fysiek is vervangen of wanneer je een andere Home Assistant-invoer gebruikt.

6. Hulprelais R2 (alleen Heatpump Controller Q-edition)

Deze groep bestaat alleen op hardware met een tweede relais (R2) en staat standaard uit.

Belangrijke instellingen:

  • Aux Relay Function

  • Aux Relay Wait For Supply Temp

  • Aux Relay Heating Start Temp

  • Aux Relay Cooling Start Temp

  • Aux Relay Temp Hysteresis

Met Aux Relay Function volgt R2 de effectieve warmte- of koelvraag van OpenQuatt, bijvoorbeeld om een fancoil, pomp of klep mee te schakelen. Met de schakelaar Aux Relay Wait For Supply Temp wacht R2 daarnaast tot het aanvoerwater warm of koud genoeg is; de hysterese voorkomt snel aan/uit schakelen rond de grens. Kies Externe bediening om R2 zelf te schakelen via bijvoorbeeld Home Assistant of de REST-API; in de automatische functies worden externe schakelcommando's genegeerd. Zonder vraag, met de functie op Niet gebruiken, of zonder geldige aanvoertemperatuur (als de schakelaar aan staat) blijft R2 uit. De actuele toestand en reden zie je onder Instellingen → Installatie → Hulprelais (R2).

Welke meetwaarden wil je meestal zien?

Voor comfort en strategie

Begin bijna altijd met:

  • Room Temperature (Selected)

  • Room Setpoint (Selected)

  • Outside Temperature (Selected)

  • Heating Control Mode

Voor aanvoer en begrenzing

Controleer daarna:

  • Water Supply Temp (Selected)

  • Water Supply Temperature Calibration Status

  • Maximum water temperature

  • Heating Curve Supply Target als je stooklijn gebruikt

Voor flow en systeemgedrag

Kijk bij twijfel ook naar:

  • flow_rate_selected

  • actieve Control Mode

  • pompstand of flowregeling

Voor energie en belasting

Alleen als het probleem daar lijkt te zitten:

  • opgenomen vermogen;

  • power cap;

  • gedrag rond stille uren of begrenzing.

Voor compressorpendelen

OpenQuatt geeft per compressor maximaal zes startopdrachten per voortschrijdend uur vrij. Een zevende start wacht totdat de oudste van die zes starts een uur geleden is, én alle bestaande startvoorwaarden zijn vrijgegeven. De minimale draaitijd (standaard 300 s) en minimale uit-tijd (standaard 240 s) blijven gelden. Verdwijnt de vraag tijdens het wachten, dan volgt geen start. De begrenzer geldt ook bij handmatige HP-bediening; stops blijven mogelijk.

De begrenzer telt vrijgegeven opdrachten van stand 0 naar een actieve stand. Een mislukte start telt conservatief mee; modulatie en herhaalde actieve opdrachten tellen niet opnieuw. De beslislog meldt een geblokkeerde start met de reden start_stop_rate_high; handmatige HP-bediening toont de resterende wachttijd. De uurhistorie wordt bij een controllerherstart gewist. De bestaande stilstandbeveiliging blijft gelden, maar er is geen uurgrens over reboots heen of voor autonome herstarts binnen de ODU.

De diagnostische pendelwaarschuwingen zijn in Home Assistant standaard uitgeschakeld. Schakel Compressor cycling warning in om één samengesteld signaal te krijgen zodra minimaal één actuele pendelwaarschuwing actief is. De oorzaak blijft na inschakelen van de bijbehorende detailentiteiten afzonderlijk zichtbaar via:

  • Compressor cycling warning 2h;

  • Compressor cycling warning 72h;

  • Alternating compressor starts warning bij een duo-installatie.

De signalen kunnen gelijktijdig actief zijn en worden weer inactief zodra de bijbehorende actuele conditie is hersteld. Een eerder gedetecteerde maar alleen nog gelatchte melding houdt Compressor cycling warning niet actief.

Wanneer zit je waarschijnlijk in de verkeerde laag?

Gebruik deze vuistregels:

  • kamercomfort niet goed -> kijk eerst naar strategie en bronkeuze;

  • aanvoer volgt doel niet -> kijk eerst naar stooklijn of PID;

  • systeem blijft hangen of schakelt vreemd -> kijk eerst naar Control Mode, flow en begrenzingen;

  • probleem blijft terugkomen ondanks goede runtime-afstelling -> pas dan aan compile-time denken.

Wat hoef je meestal niet meteen te veranderen?

Voor de meeste gebruikers zijn dit geen eerste knoppen:

  • compile-time constanten;

  • flow autotune-details;

  • lage-level optimizer- of guardrailinstellingen;

  • meerdere groepen instellingen tegelijk.

Als je te veel tegelijk wijzigt, wordt het juist moeilijker om te begrijpen wat er verandert.

Veilige manier van aanpassen

  1. Controleer eerst of de gebruikte meetwaarden logisch zijn.

  2. Verander één groep tegelijk.

  3. Beoordeel het effect over tijd en bij verschillend weer.

  4. Pas pas daarna een tweede groep aan.

  5. Ga alleen naar compile-time als runtime echt niet genoeg blijkt.

Verder lezen